Puttertje 99

Vleeshuis de Poesje | juli 2021
Details uit schilderij Bert Kinderdijk Poesje schilderij Vleeshuis Stephanie De Wilde BK Slachtschilderij
Puttertje n.a.v. de tentoonstelling Museum Vleeshuis herdenkt de Antwerpse troubadour Wannes van de Velde
Nu restaurants weer gasten ontvangen is de vraag naar producten groot, ook bij toeleveranciers. Neemt de behoefte aan spekhaken, rookwagens, slachthaken, verbloedingshaken, leverhangers en transporthaken voor runderkoppen ook toe nu de vleesconsumptie stijgt? Welke gerechten staan er op de menukaart? Waar hebben we zin in? En hoe werkt de neus? Of stuurt het aanbod de vraag.
‘Breek het maar af, duw het maar om…’, zingt Wannes van de Velde (Antwerpen 1937 – 2008) in Het Lied van de Neus. De zanger, muzikant, dichter en beeldend kunstenaar groeide op in de buurt rondom het Antwerpse Vleeshuis en het oude schipperskwartier. Zijn eerste eigen gemaakte lied, ‘Het Lied van de Neus’, werd ingegeven door de afbraak van de Vleeshuiswijk. Hij was fel tegen.
Het Vleeshuis is gebouwd rond 1600 in opdracht van het beenhouwersgilde. Het spekhuis, opgetrokken in de typisch Brabantse zand- en baksteenstijl, heeft maar liefst 88 lichtgekleurde horizontale stroken, ofwel speklagen. Een docent bouwkunde van de opleiding stadsgids wees ons smakelijk op het verschil tussen de actieve structuuronderdelen in zandsteen, ofwel de beenderen, en de passieve partijen in baksteen, de vulling.
Het gebouw, nu een museum over 800 jaar muziek en dans in de stad, ligt tussen de Vleeshouwerstraat, de Drie Hespenstraat en de Repenstraat (de ‘Bloedberg’). In de enorme kelder werden destijds de slachtproducten bewaard die in de winkeltjes op de begane grond werden verkocht. Hompen dood, lillend vlees hing als stangenpoppen her en der in de ruimte, en medewerkers gehuld in vodden, zwoegden voor hun bestaan.
Zijn mens en dier gelijk? Dat is een vraag die nu speelt. Voor veel kinderen is dat zo en zij koesteren een grote liefde voor dieren, evenals de meeste volwassen voor hun huisdieren. Wat wil het dier? En ziet een dier ons als dezelfde soort? Hoe staat het met de dierenaangelegenheden? Inmiddels is het katknuppelen verboden. Maar welk recht hebben consumptiedieren die wreed en bloederig aan hun einde komen?
Rembrandt schilderde Een geslachte os (1642 – 1643) omwille van de anatomie. Zijn leerlingen, waaronder Carel Fabricius (Het puttertje, 1654) en zijn broer Barent, schilderden ‘geslagen varkens’ in navolging van Rembrandt. Chaïm Soutine raakte rond 1925 hevig van de kook bij het zien van het schilderij Een geslachte os van Rembrandt in het Louvre, en hij penseelde vervolgens een hele serie bloederigheid. Is er niet enkele jaren geleden een bedrag van ruim 28 miljoen dollar voor een Le Boeuf van Soutine betaald? Vlees wordt verf, verf wordt geld…
En ook BK (beelden kunstenaar en echtgenoot) maakte zijn versie van een slachtschilderij. Waar Rembrandt geïnteresseerd was in de materie en de anatomie, en Soutine de emotie van het nog niet bestorven vlees vastlegde, raakte BK gemotiveerd door het ritme van de opstelling van de aan haken hangende koebeesten in het slachthuis. De ribben in de karkassen doen denken aan de speklagen van het Vleeshuis.
Vlees is appetijtelijk en hoort bij onze voeding. Gildehuizen waaronder vleeshuizen herinneren aan voorbije tijden waarin het er zeker niet zachtzinniger aan toe ging. Zijn we verder geëvolueerd op zoek naar nieuwe wegen? Het einde van de vleesindustrie zoals wij die nu kennen is aanstaande, en raakt ons. Zoals de teloorgang van de Vleeshuisbuurt Wannes van de Velde raakte, en waarover ‘Het Lied van de Neus’ gaat.
Maar wie is dan toch die Neus? De Neus, de Kop, de Schele, de Bult en Belleke Janet waren de belangrijkste poppen van het Poesjetheater. Poesjetheater? Is dat een bordeel? De Poesje (afkorting van poesjenellen, genoemd naar de Italiaanse schelmenfiguur Pulcinella) was een marionettentheater met stangenpoppen, gelegen in de Repenstraat naast het Vleeshuis. Stangenpoppen bungelen niet aan draden, maar hangen met hun kop aan een stevige stang. De Neus was de held van elk theaterstuk. Een pop met een enorme neus.
De Poesje was een plek waar wantoestanden werden aangeklaagd. Het waren immers de poppen die spraken? ‘De show was robuust en wellustig, net als de arbeiders, matrozen en visvrouwen die aanwezig waren. Lokale taal, direct en kleurrijk, had een mooie vulgariteit’, zo beschrijft Hendrik Conscience de sfeer in 1820. De poppen (voddebalen) sloegen er regelmatig op los met een knuppel.
De roots van Wannes van de Velde liggen in de straten rondom het Vleeshuis, hij is er geboren en groeide er op. Zijn lied, ‘Het Lied van de Neus’, is een protestlied over de afbraak van de Vleeshuiswijk. Het poppentheater van de Poesje in de Repenstraat vormde de inspiratie voor Wannes’ eigen poesjepoppen waarmee hij zelf ook optrad. Een selectie van de poppen, ontwerptekeningen en decorstukken is nu te zien in de kleine expositie ‘Wannes en de Poesje’ in de Schatkamer van Museum Vleeshuis.
Wannes van de Velde heeft een permanente plaats in Museum Vleeshuis | Klank van de Stad. Zijn werkkamer ‘schrijfkot’ is er zo echt mogelijk gereconstrueerd. De toevoeging ‘Klank van de Stad’, is een verwijzing naar één van Wannes’ bekendste liederen beginnend met de zin; ‘Ik wil deze nacht in de straten verdwalen, De klank van de stad maakt mijn ziel amoureus’. Is de komst van Wannes van de Velde, de stem en het geweten van Antwerpen, naar het Vleeshuis een inspiratiebron voor de toekomst? Want vlees, daar zit toch nog muziek in?
Puttertje n.a.v. de tentoonstelling Museum Vleeshuis herdenkt de Antwerpse troubadour Wannes van de Velde
afb: Detail uit schilderij Katportret | Bert Kinderdijk (BK) | particuliere collectie
afb: Detail uit schilderij Vleeshuis | Stephanie De Wilde | collectie Museum Vleeshuis
afb: Detail uit Slachtschilderij | Bert Kinderdijk (BK)
Details uit schilderij Bert Kinderdijk Poesje schilderij Vleeshuis Stephanie De Wilde BK Slachtschilderij
Puttertje