Verhaal 49

Putten en kolken | juli 2024
afb. schilderijen Nomen Nescio en Straatbeeld Bert Kinderdijk olieverf, gips, zand, lijm op paneel. Collectie gemeente Soest
afb. Schilderij ‘Nomen Nescio’ | Bert Kinderdijk, BK | collectie Gemeente Soest
afb. detail ‘Straatbeeld‘ | Bert Kinderdijk, BK
| collectie Gemeente Soest
‘De ruimte die je inneemt’ is het thema van de vijfde PaltzBiënnale in 2024. Een interessant thema? Met ruimte innemen denk ik altijd aan dingen die in de weg staan of mensen die luidruchtig aanwezig zijn, maar het thema van de PaltzBiënnale zette mij op een ander spoor. Welk? Die van een bijna onzichtbare wereld, een verborgen deel van de alledaagse werkelijkheid. We worden omgeven door dingen waar we het bijna nooit over hebben. Dingen waarvan we de namen en geschiedenissen amper kennen. Nomen Nescio. Totdat ze worden gekoppeld aan iets anders, een gebeurtenis. 
De brief was hem duidelijk in het verkeerde keelgat geschoten, want hij eindigde met: ‘Wij van onze kant hebben geen belangstelling voor artikelen die blijkens de signalering niet van ons afkomstig zijn, en zullen dus van uw aanbieding geen gebruik maken.’ Wat was er aan de hand. BK (beeldend kunstenaar en echtgenoot Bert Kinderdijk) maakte rond 1980 twee schilderijen van putdeksels en hij gaf ze de titels Nomen Nescio en Straatbeeld (zie afbeeldingen bij dit verhaal). De galeriehouder van BK stuurde een vriendelijke brief naar TBS in Soest, en hij voegde er een krantenartikel bij waarin stond:
‘Bert Kinderdijk schildert de werkelijkheid met groot vakmanschap en een opmerkelijk goede stofuitdrukking. Grappig detail is de wijze waarop hij zijn naam op de schilderijen plaatst. Hij signeert niet rechts onderin, maar geeft zijn naam een functionele plaats in het schilderij, zoek en vind. Hij laat ons kijken naar de werkelijkheid en overtuigt ons van de schoonheid van de dingen die we over het algemeen over het hoofd zien’. Zo ongeveer stond het gedrukt in verschillende kranten in de regio Soest en Eemland in 1980.
De eigenaar van het putdekselbedrijf TBS begon zijn afwijsbriefbrief met een octrooilijst van 35 wettige gedeponeerde handelsmerken nationaal en internationaal in woord en beeld. Met andere woorden; BK had zowel het beeldrecht als het merkenrecht geschonden? Dat octrooigedoe nam erg veel ruimte in beslag, en de tekst luidde verder; ‘Omdat hij kennelijk van ons geen producten kon vinden die een door hem bedoelde slijtage vertonen (hetgeen gezien de kwaliteit die wij leveren dan ook uitgesloten moet worden geacht), heeft hij blijkbaar een straatkolkaanzicht laten vervaardigen op eigen naam, zoals duidelijk uit de foto blijkt.’
TBS Technisch Bureau voor gietijzeren producten Soest, een speciaalbedrijf in rioleringsartikelen is al meer dan 75 jaar een grote speler op het gebied van afwatering en waterbeheersing. De briefschrijvende eigenaar, zoon van een rijwielhandelaar, trouwde met de dochter van de oprichter, en in de jaren zestig neemt hij het bedrijf van zijn schoonvader over. Hij bouwt de Soester onderneming uit tot een speler van wereldformaat als leverancier van putdeksels.
Tijdens mijn werkzaamheden voor Bedrijven voor Bedrijven, voorloper van internet en onderdeel van de ITT Gouden Gids, bezocht ik het puttenbedrijf in Soest. Sinds 1952 is het bedrijf gevestigd op het terrein van het voormalige bos van Beckeringh, onderdeel van landgoed Eikenhorst. Een landgoed met ooit een prachtig aangelegde tuin, met bloemenkassen, een tennisbaan, een hertenkamp en een vijver. Wanneer in de jaren 1950 het bos van Beckeringh is aangewezen als industrieterrein wordt het dé plek van twee bedrijven met internationale allure; TBS en Foxboro.
De eigenaar van TBS was niet onder de indruk van mijn verhaal. Nieuwe media had hij niet nodig, zijn putten waren immers wereldberoemd, ook al kende bijna niemand die van naam. Als je goed kijkt sta je erop, was zijn antwoord. En wellicht had hij gelijk. Wanneer TBS in de jaren negentig onderdeel wordt van de Ballast Nedam gaat de putdekselkoning zich bezig houden met filantropie, vooral in Limburg. Limburg? Jazeker. Zijn succesverhaal kan niet los worden gezien van een ander bedrijf, namelijk Nering Bögel. Dat bedrijf onderkende in 1907 al de kracht van adverteren in de nieuwste media zoals Vraag & Aanbod van Kluwer, een gids voor de industrie in Nederland. Maar wie of wat is Nering Bögel? Die geschiedenis begint bij een overstroming in Deventer.
Vanaf november 2023, vanaf de dag dat wij ons huis Aan de Berg in Montfort Roerdalen in Limburg betrokken, heeft het vaak en veel geregend. En ook dit voorjaar was het extreem nat. Kleine rivieren als de Roer en de Swalm en ook de vele beekjes konden hun water amper kwijt in de overvolle Maas. Die was door hevige regenval in de Belgische Ardennen snel gestegen. Waterschap Limburg nam maatregelen maar niet iedereen hield het droog. En ook andere delen van Nederland beleefden spannende tijden. Door water uit het Duitse stroomgebied steeg het peil in Rijn, de Waal en de IJssel tot grote hoogte en zorgde voor overlast. Als in juni 2024 het water in de IJssel bij Deventer voor de zoveelste keer ver boven NAP staat, zijn ze er in de Koekstad helemaal klaar mee. Wist je dat een overstroming in 1744 in Deventer heeft bijgedragen aan het succes van TBS?
Wie in Deventer aan de Welle woont kent het ongemak van onder water gelopen kades. De Welle is de naam voor een laag gelegen gedeelte van de IJsselkade waar de rivier in het verleden doorwaadbaar was. Een schitterende plek met een prachtig uitzicht. In de jaren negentig betrok de Gouden Gids een regiokantoor aan de Welle. Inmiddels waren wij privé verhuisd naar een molen in Overijssel midden tussen Zwolle en Deventer, lees ook column Gemeenten. Vanuit kantoor Deventer bezocht ik klanten in Overijsel en Gelderland. Maar omdat de IJssel regelmatig overstroomde en de IJsselkade daardoor tijdelijk onder water verdween, verplaatste de Gouden Gids het kantoor naar het hoger gelegen bedrijventerrein Kloosterlanden aan de A1.
Wanneer je over de IJsselkade ter hoogte van de Welle rijdt, verandert de naam van de kade in Pothoofd. Achter Pothoofd ligt de N344, een weg die dwars door de provincies Gelderland en Overijssel loopt. In Deventer heet de N344 ook Snipperlingsdijk. Deze dijk bezweek in 1744 na een extreem hoge waterstand en verdween in de IJssel. Hierdoor kwam een groot deel van Deventer onder water te staan. De ravage was enorm. Hendrik Lindenman die via de Schipbeek, een zijrivier van de IJssel, een postwagendienst naar Duitsland had opgezet, kon het zich niet veroorloven dat de stad van de buitenwereld was afgesloten. Hij stelde een actieplan op en bood zijn diensten aan als puinruimer.
Twee weken kreeg hij van het stadsbestuur om Deventer weer bereikbaar te maken via de Schipbeek. In negen dagen was de klus geklaard. De kersverse weg- en waterbouwer kreeg direct een nieuwe opdracht: het dempen van de kolken die door de overstroming zijn ontstaan. Ook die opdracht voerde hij naar ieders tevredenheid vlot uit. Het leverde hem nog meer aanzien op, en zo kreeg hij de bijnaam Hendrik de Kolkendemper. Als tegenprestatie kreeg Hendrik Lindeman de stadswatermolen aan de Welle in pacht. In 1745 bouwde hij een eindje verderop molen ‘De Hoop’, een olie-, pel- en schorsmolen. Deze molen is het prille begin van het latere AkzoNobel.
Als Hendrik Lindeman toestemming krijgt voor de bouw van een ijzermolen naast de stadswatermolen gaat hij vanaf dan als Möllen Lindeman door het leven. Je kan gerust zeggen dat de Deventer ijzerindustrie is gesticht in 1756 door Hendrik Lindeman. De ijzermolen diende voor het aandrijven van installaties voor de bereiding van ijzer in een ijzerhut, een hoogoven. Hierin wordt ijzeroer, ijzerhoudende grond uit de omgeving, met vuur verhit. In het vuur vinden chemische processen plaats waardoor ijzer vrij komt. Het welslagen valt of staat bij het op de juiste temperatuur houden van de hoge oven. Dat gebeurt met blaasbalgen. Die zorgen ervoor dat brandstof efficiënt kan worden verhit. Die blaasbalgen werden aangedreven door een watermolen, de ijzermolen.
Hoe werkt zoiets dan? Een watermolen wordt door water uit een beek of een rivier aangedreven. Hierbij wordt energie opgewekt door de kracht van stromend of vallend water. Deze energie uit het door het rad stromende water kan worden gebruikt om machines in beweging te zetten. Niet onbelangrijk is de stroomsnelheid van het water en het aantal kubieke meter water dat per seconde door het rad stroomt. Op deze manier kan graan worden gemalen, olie worden geperst, papier worden geproduceerd en ijzeroer worden verhit. Wanneer bij hoge of lage waterstanden het rad onvoldoende functioneert worden de blaasbalgen aangedreven door een rosmolen met paarden.
Maar wordt de watermolen niet veelal verward met de poldermolen? Jawel. Een poldermolen is een windmolen die water van een lager niveau naar een hoger niveau verplaatst, zoals de molens van Kinderdijk doen. De naam Kinderdijk is onlosmakelijk verbonden met water. Lees de column Schuilplek in roerige tijden, over het ontstaan van de naam Kinderdijk na de Grote St. Elisabethsvloed van 1421 waarbij hele dorpen in het water zijn verdwenen. Een groot deel van Nederland ligt onder de zeespiegel, en de negentien molens van Kinderdijk zijn gebouwd om de Alblasserwaard droog te houden.
Door middel van een getrapt bemalingssysteem wordt water via een trappetje van molens aan elkaar doorgegeven. Onderin elke molen bevindt zich een scheprad. Die brengt het water omhoog, vaak met een hoogteverschil van anderhalve meter. Samen met de sloten, de dijken, de gemalen, de sluizen en de wateropslagplaats, de zogenaamde boezems, staan deze molens model voor de waterhuishouding van Nederland. De getrapte bemaling is uniek in de wereld, en daarom staan de Molens van Kinderdijk sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst van UNESCO, lees column Erfgoed.
Kinderdijk is het laagst gelegen deel van de polder en wordt dan ook wel het afvoerputje van de Alblasserwaard genoemd. Al het water uit de omgeving stroomt hier naartoe en moet ook weer weg. Wist je dat een molen op topsnelheid wel 50.000 liter water per minuut van de ene kant van de dijk naar de andere kant kan pompen? Via een sluis wordt het water van de hoge boezem in de rivier de Lek gepompt, waar het via Rotterdam naar zee stroomt. Daar verdampt het water van nature en door de zon. Een deel van de waterdamp valt weer als vloeibare regen naar beneden. En zo blijven we bezig. Kinderdijk staat symbool voor ‘de menselijke vindingrijkheid en standvastigheid gedurende bijna een millennium in de strijd tegen, en het afhankelijk zijn van water’.
En dat gebeurt allemaal op windkracht! In de loop van de 19e eeuw is het scheprad van veel Nederlandse windmolens vervangen door een vijzel, een soort wokkel. Nu kan de opvoerhoogte worden vergroot tot wel drie meter. Bijkomend voorddeel is dat water dat zich in vijzel of draaikolk beweegt, zo is wetenschappelijk aangetoond, de mogelijkheid heeft zichzelf te reinigen, en schoner en zuurstofrijker te worden. In Kinderdijk sta je dus met je voeten midden in de Nederlandse geschiedenis én in de toekomst. Hoe bijzonder is het dan ook dat een kunstenaar met de naam Kinderdijk in een molen woont. Zou dat invloed hebben op zijn werk?
Kunst is een weerspiegeling van het innerlijk leven van de maker. Misschien zijn de in 1980 geschilderde werken Nomen Nescio en Straatbeeld van Bert Kinderdijk (BK) niet zomaar ontstaan. Zijn werk is een zoektocht naar een manier om de tijdgeest vorm te geven. Hij creëert een beeldtaal die wij begrijpen. Nu, na vijftig jaar, schildert hij nog altijd, in de rust van het atelier in ons huis Aan de Berg, aan werken die beklijven, met de juiste balans tussen verstand en gevoel.
Maar is het niet zo dat ook de beschouwer het kunstwerk maakt? De putten en straatkolken in het huidige straatbeeld laten zich lezen als een geschiedenisboek. Kijk maar eens goed en ontdek mysterieus verborgen infrastructuren. Een put is het product van een zeer gespecialiseerde industrie met codes en een eigen taal. Welke gedachten had ik niet als kind toen ik met mijn voeten op een putdeksel van Globe Tegelen stond. Globe Tegelen? In gedachten zag ik een bont gekleurde betegelde wereldbol. Nog niet zo gek gezien toch? Putten en kolken geven een wonderlijk beeld van de geschiedenis van een stad of dorp.
Als Hendrik Lindeman in 1758 overlijdt, verkopen de erven de bezittingen. Na een woelige periode komt de ijzermolen in 1825 in handen van Johan Laurens Nering Bögel. Hij legt het fundament waarop drie generaties Nering Bögel de fabriek uitbreiden uit tot een succesvolle machinefabriek. De producten van Machinefabriek en IJzergieterij Nering Bögel staan bekend als duur, maar zijn van uitstekende kwaliteit. Wanneer in 1929 de economische crisis uitbreekt en de export stilvalt, gaat het rap bergafwaarts. Al snel kan de ijzergieterij niet meer aan zijn verplichtingen voldoen, en het bedrijf gaat failliet.
De familie Nering Bögel verlaat Deventer en vertrekt naar Wassenaar om van daaruit een nieuw bestaan op te bouwen. In 1933 worden de gebouwen en de terreinen geveild. Gemeente Deventer neemt het grootste gedeelte van het gebied over en bouwt er woningen. De rest van het terrein komt in handen van Noury & van der Lande, een bedrijf dat aan de basis stond van het Akzo-concern. Wil je meer weten over de geschiedenis van Nering Bögel en het industriële complex ‘De IJzermolen’, ontdek dan het boek Door water verbonden – Een fascinerende historie van Nering Bögel. Het verhaal is online beschikbaar en nodigt uit om af te reizen naar Deventer.
In Wassenaar gaat Nering Bögel verder als verkoopkantoor van rioolputten. Het bureau besteedt de productie uit aan De Globe in Tegelen Limburg. Dé Globe van de putten waar ik als kind betegelde wereldvisioenen bij had? Jazeker. In 1950 wordt Technisch Bureau Nering Bögel een volle dochter van De Globe, en het bedrijf verhuist in 1955 van Wassenaar naar Weert, waar in 1963 eveneens een vestiging van De Globe wordt geopend. Als in die jaren de mijnbouw in Zuid Limburg langzaam verdwijnt, raakt het mijnbedrijf Oranje Nassau geïnteresseerd in andere industrieën, en in 1976 wordt De Globe aan Oranje Nassau verkocht.
Oranje Nassau wil al snel van Nering Bögel af en het bedrijf komt in de etalage te staan. Dan slaat in 1984 de ESRA Groep toe. Stuwende kracht achter dit conglomeraat van bedrijven is de eigenaar van het puttenbedrijf TBS in Soest. De groep is gespecialiseerd in rioleringsbeton en ijzerwerken. Maar als eind jaren tachtig het beoogde synergie-effect tussen de bedrijven van de ESRA Groep uitblijft uit, verkoopt de eigenaar van TBS een groot belang van de ESRA Groep aan de bank. Nering Bögel gaat van hand tot hand, en uiteindelijk komt het in 2006 in handen van de huidige algemeen directeur. Het bedrijf is nog altijd gevestigd in Weert, en houdt zich bezig met innovatief waterbeleid.
‘Is er nog iets bijzonders gebeurd?’ vraagt BK. Het is 2012 en we lopen over de startbaan van de voormalige vliegbasis in Soesterberg, lees ook de columns Lange schaduwen op de startbaan en Kijken, luisteren en doorgeven. Park Vliegbasis Soesterberg ligt aan de Verlengde Paltzerweg en grenst aan Landgoed De Paltz. Beide natuurgebieden zijn eigendom van Stichting Het Utrechts Landschap. In 2007 verwerft de stichting een gedeelte van de voormalige vliegbasis en in 2011 Stichting Landgoed De Paltz. Eigenaar van de ESRA Groep verkoopt het landgoed in 2007 aan de provincie Utrecht en verhuist op hoge leeftijd naar Weert in Limburg.
ESRA? Van het puttenbedrijf TBS in Soest? Van de afwijsbrief aan de galeriehouder van BK? Ja die. Maar hoe kwam hij eigenlijk aan dat landgoed? In een gesproken interview vertelt hij hoe hij in 1980 in de krant had gelezen dat het Herdershuis op De Paltz te koop stond. Hij kocht het en liet het volledig opnieuw opbouwen. Later komen ook de schuur en het koetshuis in zijn bezit. Toen alles klaar was vatte hij het plan op om het hele landgoed te kopen. Het kostte hem dertien jaar om alles in handen te krijgen. Als laatste bemachtigde hij de zandafgraving.
Zandafgraving? Op de Paltz? Wist je dat de vorige eigenaars van de Paltz, broers en houthandelaren, grote productiebossen met Douglassparren op het landgoed hebben aangelegd? Voor de mijnbouw in Zuid Limburg? Op sommige plekken van het landgoed is dat nog duidelijk te zien. Toen de mijnen in de jaren zestig en zeventig niet meer rendabel waren en werden gesloten, slonk de afzetmarkt voor dit soort hout. Ook zijn delen van het landgoed gebruikt voor zandafgraving. Zand dat in 1960 en 1970 onder andere is gebruikt voor de bouw van de Utrechtse wijk Overvecht.
Landgoed De Paltz is in 1876 ontworpen door de tuin- en landschapsarchitecten Copijn en Springer. Leonard Springer (1855-1940) is één van Nederlands belangrijkste tuinarchitecten. Hij creëerde landschappen zoals Nicolas Poussin (1594-1665) ze schilderde, een ruimte waarin het natuurgevoel volop kan worden beleefd. Gebogen vormen, felle kleurmozaïeken, kunstmatige rotspartijen, het zijn allemaal elementen om menselijke emoties te versterken. ‘De tuin moet passen bij je huis, bij je levensstijl en dus bij jezelf’, was zijn credo.
Het Paltz-terrein bestaat uit beukenlanen, zichtassen, waterpartijen, een kluizenaarsgrot (follie), een doolhof, een statige villa, een koetshuis en een herderswoning. Latere eigenaren hebben er weer elementen aan toegevoegd en die zijn veelal nog te herkennen. De eigenaar van TBS maakte een begin met de restauratie van het park en voegde er weer eigen onderdelen aan toe, zoals een waterval en een faunahuis. Ook heeft hij het landgoed met de buitenwereld weten te verbinden via radio en satelliet. Er schijnt behoorlijk wat infrastructuur onder de grond te liggen. 
‘Of er nog iets bijzonders is gebeurd?’ Ik herhaal de vraag van BK tijdens onze wandeling als we doorsteken van Park Vliegbasis Soesterberg naar Landgoed De Paltz, en vertel hem dat het Herman van Veen Arts Center de villa op landgoed De Paltz heeft gekocht. We blijven staan aan de rand van de voormalige zandafgraving, nu een vallei vol met grassen en bloemen. Vandaag de dag is de Villa op De Paltz een centrum voor beeldende kunst, dans en muziek, een plek tussen de bomen waar de natuur leidend is, schrijft Herman van Veen op zijn website.
En uiteraard is er De Paltzbiënnale. Om het jaar krijgen acht kunstenaars elk de gelegenheid een installatie te maken geïnspireerd op de omgeving. Het thema van 2024 is: ‘De ruimte die je inneemt’. Kunstenaar Esther Kokmeijer raakte gefascineerd door de waterval. Zij vroeg zich af wat iemand heeft bewogen om een zeven meter hoge waterval te bouwen. Was het een verlangen om de natuur te kopiëren om grip te krijgen op onze omgeving? Ze zat er niet ver naast toch? Immers de voormalige Paltz-eigenaar heeft zich, naast het vergaren van vermogen, uitvoerig bezig gehouden met putten en kolken en het beheersen van water.
Met haar kunstwerk Feeding the Waterfall wil Esther Kokmeijer laten zien hoe we de natuur creatief kunnen inzetten voor vraagstukken als; ‘Hoe maken we water schoner en zuurstofrijker?’ De bewegingen van water, de gedaantewisselingen van vloeibaar naar gas, fascineren haar. De waterval op landgoed de Paltz gaf haar de mogelijkheid om de beweging van water te laten zien. Hoe dan? Door een draaikolk te maken die wordt aangedreven door het vallende water van de waterval. Het water dat zich in de draaikolk beweegt heeft de mogelijkheid zichzelf te reinigen, zo is wetenschappelijk aangetoond.
Wist je dat meer dan 70 procent van het aardoppervlak uit water bestaat? En dat water nooit op kan raken? Water is een groot en belangrijk onderwerp. Te groot eigenlijk. Wat begrijpen wij eigenlijk van water, behalve dat het met bakken uit de hemel komt, en hele gebieden bij tijd en wijle overstromen. De taak om ons bewust te maken is onder andere weggelegd voor de waterschappen. Graaf Floris V richtte in 1277 het eerste waterschap op. Waarom? Omdat hij het steeds weer ondergelopen polderland helemaal beu was. Door samen te werken konden dijken, windmolens en andere infrastructuur worden aangelegd. Waterschappen zijn de oudste vorm van openbaar bestuur in Nederland.
Tijdens mijn bezoeken aan de waterschappen in de periode 2011-2013 voor RBO in Groningen, een bureau in Beroepsgerichte Ontwikkeling en Europese subsidies, maakte ik kennis met deze bijzondere bedrijfstak. Nederland is verdeeld in 21 waterschappen. Die zorgen voor goed regionaal waterbeheer zoals dijkonderhoud en afvalwaterzuivering. Ze zijn bekend van de slogan ‘droge voeten, schoon water, voldoende water’. Iedere ingezetene van Nederland betaalt waterschapsbelasting, maar er zijn maar weinig mensen die weten wat waterschappen doen. Waterschap Limburg, gevestigd in Roermond, bepaalt het beleid voor de hele provincie Limburg. En dat is beslist een uitdaging. Waarom? Vanwege de Maas.
Maar geldt dat niet voor alle provincies waar grote rivieren doorheen lopen? Hoe verrast waren wij niet toen in 1995 het water van de IJssel over de rand klotste. Een klant in Hattem, gelegen in de uiterwaarden van de IJssel, bereikte ik nog maar net over de ondergelopen weg. Doodeng. Ook moest mijn auto in Kampen van een bolder worden getakeld omdat daar de kade in de rivier was overgegaan. Wist je Kampen de meest bijzondere waterkering van Nederland heeft? In Antwerpen, waar wij hebben gewoond, maakten wij het unieke moment mee dat de Scheldekering werd gesloten. En vloeiden vorig jaar de Waal en de Afgedamde Maas achter ons Raadhuisje niet bijna in elkaar over tot een groot meer, met Loevestein als landmark?
Mijn geboorteplaats Amersfoort, in 2023 verkozen tot de beste stad van Europa, voert al decennialang de slogan ‘Amersfoort aan Zee’. Waarom? De stad ligt net boven de zeespiegel. Betekent het dat als de dijken breken Amersfoort een kustplaats wordt? In 2020 opende in Amersfoort superdepot CollectieCentrum Nederland (CC-NL). ‘De schatkamer van Nederland’ is een opslagplaats van dertigduizend vierkante meter, vier verdiepingen hoog, voor circa 675 duizend objecten. Het fysieke geheugen van ons land is gevestigd in het hart van Nederland, boven NAP want dat was een voorwaarde. Lees ook column Munten en Penningen.
Het kan vreselijk misgaan. Amsterdam is in januari van dit jaar ternauwernood aan de verdrinkingsdood ontsnapt, en bijna niemand heeft dit geweten. Maar de overstroming in Limburg van 2021 is een wake-up call voor iedereen. In juli van dat jaar viel lokaal extreem veel regen in met name Wallonië en de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen en Rijnland-Palts. Kleine rivieren veranderden in woeste watermassa’s die op sommige plekken metershoog door de straten en huizen kolkten. Een paar honderd mensen verloren het leven en enkelen raakten vermist. Ook het centrum van Valkenburg kwam onder water te staan, en nog altijd zijn de herstelwerkzaamheden niet afgerond. Bekijk de indrukwekkende documentaire ‘Valkenburg in de Geul’.
Maar hoe maak je mensen bewust van de dreiging van water? Het thema ‘De ruimte die je inneemt’ van de vijfde PaltzBiënnale is naar mijn idee een prima titel voor dit grootse onderwerp, immers nemen wij dagelijks allemaal onze ruimte in, in welke vorm dan ook, en het is goed om daar af en toe bij stil te staan. Wist je dat Ruimte voor de Rivier is al sinds 2007 een door de overheid geïnitieerd plan met als doel het tegengaan van overstromingen? Rivieren moeten meer meanderen. Waarom? Omdat water dat rechtdoor gaat veel te snel stroomt. En als dat niet op een adequate manier kan worden verwerkt, stromen putten en kolken over.
Regenbuien worden steeds extremer. Hoe bereiden wij ons hierop voor? De overheid levert bijdragen aan gemeenten, provincies en waterschappen om aanpassingen en veranderingen te versnellen. Deze regelingen zijn bedoeld voor de uitvoering van fysieke maatregelen om wateroverlast te voorkomen en de gevolgen van overstromingen te beperken. Bovendien hebben deze instellingen zich verenigd in verschillende maatschappelijke organisaties met als doel het gevaar van water in beeld te brengen. Ook musea en tentoonstellingsmakers houden zich met dit onderwerp bezig.
De tentoonstelling Waterspiegelingen in het Cuypershuis in Roermond brengt op dit moment het werk van Cuypers en het onderzoeksproject WaterSchool van Studio Makkink & Bey samen, om te verbeelden hoe we ons kunnen aanpassen aan een toekomst waarin water een meer prominente rol speelt in het Nederlandse landschap. Museum Flehite in Amersfoort laat in de tentoonstelling De stad en het water de relatie zien van mensen met het water, in het verleden, nu, én in de toekomst. Amersfoort, gunstig gelegen aan de rivier de Eem, kent een veelzijdige geschiedenis waarin de Zuiderzee, de rivier, beken, grondwater en grachten een belangrijke plek innemen.
Het is een mooi begin. Maar grote projecten worden nu eenmaal klein geboren. Denk aan Hendrik de Kolkendemper uit Deventer. Zijn bedrijf groeide uit tot het toonaangevende Nering Bögel, waarvan de voormalige eigenaar van het puttenbedrijf TBS in Soest ook nog een tijdje eigenaar is geweest. TBS is 2020 samengegaan met SVA, en de TBS-SVA GROEP is gevestigd in Nederweert in Limburg op een boogscheut van Nering Bögel in Weert. Beide bedrijven houden zich bezig met watermanagement en afwateringsproducten en bieden innovatieve oplossingen voor een optimale infrastructuur. En daar kan je naam mee maken toch?
Wil niet iedere succesvolle ondernemer zijn naam verbinden aan iets groots? Iets van betekenis? De voormalige eigenaar van ESRA, TBS en van Landgoed De Paltz heeft er voor gekozen om zijn filantropie op een andere manier aan te wenden. Wist je dat hij ereburger is van Weert? Vanwege zijn verdiensten voor de Weerter gemeenschap? Hij heeft in de loop van de tijd belangstelling gekregen voor de cultuurhistorische verenigingen en evenementen in Weert, en ondersteunde meerdere stichtingen.
Zo schonk hij de Sint Martinuskerk in Weert vier enorme klokken, waarmee het carillon een volwaardig concertinstrument is geworden. Deze beiaard behoort tot de top van Europa. En hoe trots waren ze niet in Weert toen in februari 2014 ‘de tradities van het Gilde van Wieerter Stadsschötte Sinte Catharina 1480’ op de Nederlandse lijst van Immaterieel Erfgoed kwam te staan? Met de onuitputtelijke steun van deze filantroop is het gilde van de stad Weert het eerste schuttersgilde in Nederland op de lijst van UNESCO Immaterieel Erfgoed, ofwel levend erfgoed dat gedragen wordt door mensen van nu, en die het aan de toekomst willen doorgeven.
Geen ‘Nomen Nescio’ dus. Het schilderij ‘Straatbeeld’ van Bert Kinderdijk, een werk waarin een put met een trottoir, inclusief peuken, blaadjes en afgestreken lucifers staan afgebeeld, en waarin hij de put van zijn eigen naam heeft voorzien, laat je nadenken. Een schijnbaar onopvallende gebeurtenis zoals de brief van de galeriehouder van BK aan de eigenaar van TBS zette mij op het spoor van dit verhaal. Een kunstenaar is niet aan regels gebonden, hij volgt zijn eigen weg, lees Eigen weg. De eventuele koper wilde meepraten, want wie betaalt bepaalt. Je voelt al aan je water dat hier ruimte ontstaat voor een conflict. Maar ‘Samen sta je sterker’, toch? Denk aan Kinderdijk, UNESCO Werelderfgoed.
afb. schilderijen Nomen Nescio en Straatbeeld Bert Kinderdijk olieverf, gips, zand, lijm op paneel. Collectie gemeente Soest
afb. Schilderij ‘Nomen Nescio’ | Bert Kinderdijk, BK | collectie Gemeente Soest
afb. detail ‘Straatbeeld‘ | Bert Kinderdijk, BK
| collectie Gemeente Soest
Horen zien en linken