Column 48

Afval | juni 2024
afb. schilderij Blikvanger BK, part. collectie schilderij Emaille landschap 170x110 Bert Kinderdijk BK, coll Gemeente Soest
afb. Schilderij ‘Blikvanger‘, 60 x 57 cm | Bert Kinderdijk, BK | particuliere collectie
afb. detail ‘Emaille landschap‘ 170 x 110 cm | Bert Kinderdijk, BK
| collectie Gemeente Soest
Het vroor en alles was bevroren,/ maar het kleine meer tegenover/ het fabriekje walmde een beetje/ rond het bord Verboden Te Zwemmen./ Het water lag er warmpjes bij,/  maar het fabriekje had het koud. Dit gedichtje van dichter en psychiater Frank Koenegracht uit zijn bundel ‘Lekker dood in eigen land’ is een van mijn favorieten. Waarom? Ten eerste omdat het mij herinnert aan de straat waarin wij woonden. Die lag aan een beek tegenover een braakliggend veld waarop twee wasserijen stonden. Ten tweede omdat het fabriekje als persoon wordt verbeeld, met gedachten en gevoelens. Ineens ga je de wereld met fabriekjesogen bekijken, en je denkt; waarom heeft het fabriekje het koud?
Op gezette tijden hing er een dikke mist boven de beek en de kolk tegenover ons huis. Het water dampte. Dat was een spookachtig gezicht, vooral omdat er op de kant van het braakliggend veld een roestig bord stond met een ingekerfde doodskop. Een waarschuwing voor gevaarlijke stoffen. Verboden te zwemmen. Wij speelden bij de beek langs de waterkant. Met zelfgemaakte vlotten peddelden wij heen en weer naar de overkant en af en toe vielen we in het water. Thuis werden we voor de zekerheid na elke plonspartij met de tuinslang grondig afgespoeld.
Al vanaf 1750 stond het Amersfoortse Blekerseiland bekend om zijn was-activiteiten. Bekijk het schilderij ‘Gezicht op Amersfoort’ uit 1671 van Mathias Withoos. Op dit enorme schilderij van 4 bij ruim 2 meter, is te zien hoe textiel ligt te bleken in het gras voor de stadsmuur. In die tijd werd linnengoed na het wassen, spoelen en stijven op een veld uitgespreid om de laatste vlekken te laten verbleken door de zon. De twee wasserijen die er stonden toen wij er kwamen wonen waren nog volop in bedrijf, en die ‘fabriekjes’ loosden afvalwater in de beek voor ons huis.
Eind jaren zeventig verdween ook de laatste wasserij, en een kleine woonwijk stond gepland. Maar eerst moest het terrein worden gesaneerd. Verontreinigde grond op het blekerseiland werd afgegraven en afgevoerd. Toen schone grond was uitgereden startte de bouw van de huizen en de appartementen. Na het overlijden van mijn vader is mijn moeder naar de andere kant van de beek verhuisd. Haar appartement aan de Blekerssingel had een schilderachtig uitzicht op de stadsmuur met Monnikendam en Onze Lieve Vrouwetoren. Ze heeft er nog vele jaren koninklijk gewoond.
‘Je weet toch dat ik helemaal in mijn eentje ben begonnen!’, riep Wim Smink (1930 – 2022) keer op keer tijdens zijn bezoek aan een Amersfoorts café waar ook mijn ouders regelmatig kwamen. Wim Smink startte in 1955 een grondverzetbedrijf vanuit zijn huis in Hoogland. De werkzaamheden breidden zich in de loop van de jaren uit met het ontgraven van zandputten. Zandputten? Jawel. Dat zand was nodig voor de aanleg van wegen en het bouwen van huizen. Zo ontstonden er diepe gaten in het landschap. En die zand- en grindwinputten vind je nu nog in heel Nederland terug, vaak vermomd als natuur- en recreatiegebied. Ontdek hoe de Maasplassen Midden-Limburg zijn ontstaan!
Als Wim Smink begin jaren zeventig afval gaat verzamelen wordt de zandwinput aan de A1 in gebruik genomen als stortplaats. De afvalberg groeide en werd steeds hoger en uitgestrekter. Ook ging het bedrijf zich toeleggen op het verwerken en sorteren van bedrijfsafval, sloopafval en baggerslib. Op het terrein zijn plekken ingericht voor afval waaronder asbesthoudend materiaal en resten uit verbrandingsinstallaties. Een enkele put is gereserveerd voor gevaarlijke stoffen als olie, teren en zware metalen.
Het domein van Smink grenst aan de Calveenseweg. De naam herinnert aan het gebied rondom boerderij Groot Calveen. In 1995 bezocht ik voor de Gouden Gids een brocanteboerderij aan de Calveenseweg. De eigenaren waren vrienden van mijn zus. Zij begonnen hun brocantehandel in het centrum van Hoogland, maar toen de ruimte daar te klein werd verhuisden ze naar de Calveenseweg. Deze mensen zagen Amersfoort in rap tempo dichterbij komen. Land rondom de brocanteboerderij werd onteigend en opgekocht, en veel panden zijn gesloopt. Nu herinneren alleen de straat- en wijknamen ons nog aan wat hier ooit was.
Leven dat hier bestond/ behoudt een aanwezigheid/ waardiger dan wat nu lijkt/ zo tastbaar te zijn. Kijk/ onder de stenen: grond/ dichtte de op 31 mei 2024 (gisteren) overleden dichter/schrijver en Kafka-vertaler Willem van Toorn over de met schoon zand opgespoten weilanden waarop enorme zielloze wijken zijn verrezen. De schrijver van onder andere Het grote landschapsboek en Zolang deze heuvels van aarde zijn hechtte grote waarde aan het Nederlandse landschap.
Er wordt wel gezegd dat de Amersfoortse nieuwbouwwijken ‘op tranen’ zijn gebouwd. Maar geldt dat niet voor bijna alle plekken waar nieuwe plannen worden uitgevoerd? Met de inlijving van Hoogland in 1974 begon de groei van Amersfoort. Hoogland werd een verscheurd dorp, en veel boeren vertrokken naar Friesland, Drenthe of Groningen. Hooglands boerengrond werd bouwgrond. Inwoners van het dorp voerden op een ludieke en vreedzame manier actie. Maar helaas, het mocht niet baten, het doek voor Hoogland viel definitief op 31 december 1973.
Midden in Hoogland ligt een grafsteen. Wie ligt daar begraven? ‘Luctati non emersimus’, staat er op de steen, ‘We hebben geworsteld, maar zijn niet bovengekomen’. MCMLXXIII (1973). De grafsteen is een eerbetoon aan de gevallen gemeente. Elk jaar op oudejaarsdag luiden Hooglanders om drie uur ’s middags de torenklok. Mensen scharen zich rond het monument, en een rouwstoet vertrekt vanuit een café naar het graf. Daar wordt een kritische toespraak gehouden richting Amersfoort en uiteindelijk wordt de ceremonie afgesloten met het Hooglands Volkslied. Dit is nog altijd een terugkerend ritueel, en op 1 januari 2024 vierden Hooglanders alweer de 50ste annexatieverjaardag.
‘Zijn Hooglanders de Nederlandse Palestijnen?’, vroeg een journalist in 1994 tijdens de jaarlijkse Hooglandse herdenkingsbijeenkomst aan een woordvoerder. ‘Nou nee, beslist niet’, was het antwoord. ’De term “Ik ben de Palestijn van Amersfoort” is ooit door een demonstrant geroepen, maar dat was meer een ongelukkige uitspraak om in de publiciteit te komen te komen.’ Wat was er aan de hand? De actievoerder hield als één van de weinigen stand toen de gemeente de omliggende boerderijen en landerijen opkocht voor de bouw van een nieuwe wijk. Hij heeft zijn erf nooit verlaten en belandde met zijn boerderij midden in de wijk Emiclaer.
Amersfoort was maar wat blij met de uitbreiding van de stad. De doorstroming naar de nieuwe wijken verliep voorspoedig, en met die ontwikkeling groeide ook de afvalberg van Smink. Tijdens mijn bezoek voor de Gouden Gids aan Smink had het stortterrein de vorm van een lage heuvel. ‘Wanneer gaat die zijn hoogste punt bereiken?’ was mijn vraag? Wim Smink heeft het moment niet afgewacht. In 2006 verkoopt hij zijn afvaltak aan het Britse Shanks, nu Renewi. De deal maakt hem miljonair. Inmiddels bereidt Renewi zich voor op het ‘afsluiten’ van de berg. De ruim 46 meter hoge afvalberg wordt opgenomen als natuurelement in het landschap.
Stortplaatsen zijn de erfenis van onze wegwerpmaatschappij. Volgestorte vuilnisbelten worden ingekapseld en bedekt met een laag grond. Je ziet nog amper dat het stortplaatsen zijn. Neem de circa 200 voetbalvelden grote vuilnisbelt Hooge Maey in de Antwerpse haven. Deze stortlocatie is nu met zijn 55 meter het hoogste punt van de provincie Antwerpen en zit inmiddels verstopt onder meters grond en gras. Doet de aangelegde heuvel niet een beetje denken aan een bergparcours, inclusief haarspeldbochten en steile hellingen?
Indaver heeft in 2018 de exploitatie en de nazorg van de Hooge Maey overgenomen van de gemeente Antwerpen en de buurgemeenten. Maar wie of wat is Indaver? Indaver is in 1985 in Antwerpen opgericht door de Vlaamse Regering en een aantal privébedrijven om een oplossing te bieden voor het afval van de chemische industrie in de haven. In 2006, toen wij in Antwerpen woonden, begonnen overheden in België en Nederland massaal hun belangen in energie- en afvalbedrijven te verkopen. Waarom? Omdat het veel geld opleverde.
Het Zeeuwse energie- en afvalverwerkingsbedrijf Delta nam in 2006 een meerderheidsbelang in de Vlaamse afvalverwerker Indaver. Maar Delta kreeg het financieel zwaar en om het bedrijf uit de rode cijfers te houden is Indaver in 2015 verkocht aan Katoen Natie, de logistieke multinational van ondernemer en kunstverzamelaar Fernand Huts, lees column Speelveld. Katoen Natie investeerde honderden miljoenen in Indaver. Waarom? Landfill mining is het toverwoord. Door alle aandacht voor duurzaamheid en circulaire economie zijn vuilnisbelten de goudmijnen van de toekomst.
Landfill mining is een proces waarbij materiaal en energie wordt gewonnen uit afval dat wordt opgegraven uit vuilstortplaatsen. Stortplaatsen worden nuttig gemaakt, dat betekent dat er een nieuwe vorm van mijnbouw wordt gecreëerd. Inmiddels is het landelijk afvalbeheerplan LAP3 van kracht. De focus komt te liggen op de inzet van afvalstoffen als grondstoffen voor nieuwe producten. Afval wordt opgegraven, gescheiden en niet herbruikbare materialen worden op een innovatieve manier verbrand en omgevormd tot een herbruikbaar gas.
Opgraven? Welke specialisten gaan dat doen en wat gaan die allemaal terugvinden? Wie kent niet de verhalen van geld en kostbaar bezit dat per ongeluk is meegegeven aan de vuilnisman. Toen ik als tiener op zaterdag in de schoenmakerij van familie werkte, lees column Schoenmakers, zette een medewerker/ schoenmaker een grote kartonnen doos bij de vuilnisbak aan de straat. Mijn oom, die later op de dag naar de doos informeerde kreeg te horen; ‘die is met de vuilniswagen mee’. Wat was er aan de hand. De doos zat propvol nieuwe modellen kousen en sokken van het merk Bonnie Doon.
Mijn oom heeft enige tijd op de VAM-stort in Drenthe doorgebracht. Helaas, zonder resultaat. De VAM (Vuil Afvoer Maatschappij) was een afvalverwerkingsbedrijf met hoofdvestiging in Wijster. Het bedrijf is opgericht in 1929 met het doel huisvuil uit de Randstad naar gebieden met schrale grond te brengen en aldaar te composteren. Zijn de kousen en sokken compost geworden en doen die hun best in de grond? Hoe vreemd kijk ik nu naar een zakje compost in de winkel. De VAM-berg is inmiddels afgedekt met schone aarde en begroeid met gras. Het is het hoogste (kunstmatige) punt van Drenthe. In de volksmond wordt deze heuvel Col du VAM genoemd. Wist je dat er op de VAM-berg regelmatig wielerrondes worden gereden?
Bergen en dalen. De eerste keer dat ik een berg zag was bij Luik. Onderweg naar de Ardennen passeerden wij een mijnsteenberg die ik als kind aanzag voor een heuse berg. Maar toen wij even later langs de ruige rotswand door de kloof bij Dinant reden ontdekte ik het verschil. Ook onderweg voor de Gouden Gids kwam ik in het vlakke Nederland en Vlaanderen verschillende bergen tegen. Maar dat waren veelal begroeide afvalbergen. Behalve in Zuid-Limburg en in de Voerstreek ontwaarde ik de schoonheid van de heuvels en de valleien die deze regio te bieden heeft. Wij hebben serieus overwogen een huis in Dalhem (Voerstreek, Wallonië) te kopen? Lees column Makelaars.
Tijdens een bezoek voor de Gouden Gids aan Van Asch in Soest verdween ik bijna in ‘de kloof van Van Asch’. Wat was hier te doen? Van Asch, een bedrijf in grond-, weg- en waterbouw, had de werkzaamheden verder uitgebreid met o.a. asbestverwijdering en tank- bodemsanering. Toen bekend werd dat op de plek rondom de boerderij van de familie Van Asch een brede weg gepland stond en een nieuw gemeentehuis, moest Van Asch verhuizen. Tijdens die verhuisperiode besprak ik met een Van Asch het Gouden Gids-programma in een portacabin op oude locatie. Dat gebouwtje stond pal naast een enorme afgraving op de plek waar nu het gemeentehuis staat.
Maar wacht eens even? Betrok BK (beeldend kunstenaar en echtgenoot Bert Kinderdijk) niet een atelier in de follie het Slakkehuis tegenover het gemeentehuis van Soest? Lees column Gemeenten. Gemeente Soest heeft in de BKR-periode (1956-1987) veel schilderijen van BK aangekocht, en het nieuwe gemeentehuis bood alle ruimte om de ‘blikvangers’ op te hangen. Het schilderij met de titel Het stilletje (postoel), hangt in de spreekkamer van de WMO, het zorgloket van de gemeente Soest, en het schilderij Het Bankje kun je bewonderen in een van de wachtruimtes. Lees column Thuiszorg.
Het werk van BK spreekt veel mensen aan. Zelf zegt BK hierover in een interview ‘Mijn schilderijen en tekeningen moeten gezien worden als een verhalende werkelijkheid; niet de mensen maar de voorwerpen waar wij dagelijks mee om gaan spelen een hoofdrol. Mij fascineert het gebruikte, het weggegooide, het verwaarloosde. Ik schilder de schoonheid van de slijtplekken; de sporen die de mensen en de tijd achterlieten.’ Toen Gemeente Soest het besluit had genomen het curieuze gebouwtje in de vorm van een slakkenhuis te verhuren in plaats van vol te storten met zand, kreeg BK de eer. Een bijzonder gebaar toch?
De verhalende werkelijkheid zoals BK het verwoord in het interview, heeft mij aangezet tot het schrijven van columns over kunst en verkopen. Over het leven van een verkoper en een kunstenaar. Werelden die ver uit elkaar liggen maar die op enig moment altijd weer samen komen. BK is geïnteresseerd in het gebruikte, het weggegooide en het verwaarloosde. Hij schildert de schoonheid van de slijtplekken; de sporen die de mensen en de tijd achterlieten. Wat mij boeit is de economie van de objecten, het gedoe rondom de besluitvorming, de geschiedenis en de tijd waarin wij leven.
Dit komt heel mooi samen in het door BK geschilderde Emaille landschap (zie afbeelding boven). Gemeente Soest verwierf het manshoge (170 x 110 cm) schilderij in 1983, en het is nog steeds in het bezit van de gemeente. Toen ik dit schilderij onlangs weer onder ogen kreeg bekeek ik het door fabriekjesogen. Waarom dan? De realistische weergave van dit oude met roest omgeven emaillen reclamebord waarop de Amsterdamsche Superfosfaatfabriek A.S.F.-kunstmestkorrels aanbiedt, verbeeldt een actueel verhaal.
Maar hoe kwam BK eigenlijk aan dat manshoge emaillen reclamebord? Gevonden in een schuur. Het roestige object werd hem geschonken door de eigenaar. Een kunstenaar heeft toch altijd een streepje voor. Emaillen reclameborden zijn in de loop van de jaren vervangen door papieren affiches en lichtreclames. Toen ik in 1988 voor de Gouden Gids een bezoek bracht aan Langcat Almere, de belangrijkste producent van geëmailleerde reclameborden in Nederland, kreeg ik een rondleiding door de fabriek.
Emailleren is het opsmelten van een glasachtige deklaag op een metalen drager. Emaillepoeder, een vorm van glas met een kleurpigment, wordt op een metalen ondergrond aangebracht en vervolgens in een smeltoven op hoge temperatuur gebakken. Het in 1930 opgerichte Langcat ontwikkelde een eigen procedé om in zeskleurendruk voorstellingen in emaille aan te brengen. En wist je dat Langcat-borden oortjes hebben? Hieraan kunnen ze worden opgehangen zonder dat de afbeelding door schroefgaten wordt beschadigd. Langcat-producten waren bijzonder duurzaam. Helaas ging het bedrijf in 1996 failliet.
Inmiddels zijn emaillen reclameborden gewild bij verzamelaars. Marinus van Uden heeft een van de oudste collecties emaillen reclameborden van Nederland. Tijdens zijn studie geografie verhuisde hij van Herkenbosch (Roerdalen Limburg) naar Utrecht, en belandde in de antiekhandel. Later opende hij een winkel in klassieke en industriële lampen in het Utrechtse museumkwartier. Hier hangt zijn verzameling emaillen reclameborden nog altijd aan de muur. Ontdek het boek De kunst van het verleiden. Geëmailleerde reclame in Nederland, samengesteld doordoor Peter Nijhof en Marinus van Uden.
Geëmailleerde reclameborden vertellen een verhaal en staan symbool voor een tijdperk waarin kwaliteit en aandacht voor detail voorop stonden. Neem de borden van de steenkolenmijn Laura & Vereeniging (lees column Kroon op het werk). Als gevolg van buitenlandse concurrentie ontstond er rond 1932 in Nederland een afzetprobleem voor kolen. Laura & Vereeniging nam het besluit om emaillen reclameborden op te hangen op spoorwegstations. De ontwerpen werden bij Langcat gemaakt en uitgevoerd. Het zou zomaar kunnen zijn dat het emaillen reclamebord waarop de Amsterdamsche Superfosfaatfabriek A.S.F.-kunstmestkorrels aanbiedt, ook bij Langcat is gemaakt.
Maar wat is eigenlijk superfosfaat. Superfosfaat is een kunstmest voor bemesting van planten. Dankzij kunstmest kan de landbouwproductie de groei van de wereldbevolking bijhouden. Al eeuwenlang zijn boeren op zoek naar een methode om gewassen beter te laten groeien. Rond 1840 werd guana, gedroogde vogelpoep uit Chili en Peru, als mest gebruikt. Omstreeks diezelfde tijd ontdekte een Engelsman dat het met zwavelzuur behandelen van beenderen en andere fosfaathoudende stoffen zoals guana, mest opleverde die de wortelontwikkeling van planten stimuleerde. Hij noemde zijn nieuwe product superfosfaat en bouwde de eerste kunstmestfabriek van Europa.
De Amsterdamsche Superfosfaatfabriek (ASF) werd in 1907 opgericht aan de Fosfaatweg in Amsterdam. Als grondstof voor superfosfaten gebruikte de fabriek beenderen en guano maar ook ruwe minerale fosfaten. Dit fosfaat wordt in mijnen gewonnen, en is een eindige en niet vervangbare grondstof. De behoefte aan fosfaat zal de komende decennia alleen maar toenemen door de groeiende wereldbevolking die voedsel nodig heeft om te kunnen leven. Europa heeft geen fosfaatmijnen en is volledig afhankelijk van import. Wordt fosfaat in de toekomst een geopolitiek wapen?  
Na veel overnames en samenvoegingen is de Amsterdamsche Superfosfaatfabriek (ASF) uiteindelijk in 1982 door DSM verkocht aan het Israëlische bedrijf ICL, Israël Chemicals Limited. ICL Fertilizers Europe CV is het Europese hoofdkantoor. Dit kantoor regelt de wereldwijde inkoop van ICL en huisvest de Europese afdelingen juridische zaken, personeelszaken, financiën en IT. Ook de marketing- en verkooporganisaties van de bedrijfsonderdelen ICL Industrial Products en ICL Phosphate bevinden zich op deze locatie, die nog altijd gevestigd is aan de Fosfaatweg in Amsterdam.
De ambitie van ICL is om het aandeel fosfaat uit alternatieve bronnen de komende jaren verder op te voeren. Het bedrijf wil koploper worden op het gebied van fosfaatrecycling en fosfaatkringloop. Hergebruik is mogelijk maar moeilijk. Hoe werkt dat dan? Via plas en poep van mensen komt fosfaat in het afvalwater terecht. Het bezinksel in de vorm van zuiveringsslib wordt verbrand. De as die overblijft bevat veel fosfaat en dat kan een via uniek proces worden teruggewonnen in de vorm van kunstmest. Hierdoor vermindert ook de druk om fosfaat uit mijnen te delven. Wist je dat de rioolwaterzuiveringsinstallatie RWZI in Amersfoort, gelegen op grens met Hoogland, ook rioolslib uit Soest verwerkt tot kant en klare kunstmestkorrels?
Maar fosfaten zijn ook schadelijk voor het milieu. Zij stimuleren de groei van algen, waardoor andere waterorganismen sterven. Inmiddels zijn fosfaten in wasmiddelen en vaatwasmiddelen verboden, en ook het water in de beek tegenover het huis uit onze jeugd walmt niet meer. Zijn we op de goede weg? Sinds het midden van de vorige eeuw holt de biodiversiteit van ons land achteruit. In 2019 zette de Raad van State een streep door het beleid van de overheid. Die heeft gefaald bij de bescherming van kwetsbare natuur tegen de neerslag van schadelijke stoffen veroorzaakt door landbouw, industrie en verkeer. Sindsdien zit Nederland ‘op slot’ en worden er nauwelijks nog vergunningen afgegeven. Pas wanneer de uitstoot is teruggeschroefd, kan er weer ruimte ontstaan voor nieuwe activiteiten.
Is het gedoe rondom het bouwen van woningen niet van alle tijden? Gaan we weer weilanden vol bouwen maar nu met kant en klare flexwoningen, kleine woningen die bedoeld zijn voor mensen die snel een huis nodig hebben? Of wordt er nagedacht over huizen die naast comfort ook welzijn bieden in de vorm van natuur en sociale veiligheid. ‘Schoonheid is een mensenrecht’, zegt filosoof Maxim Februari in een interview. ‘Het vinden van schoonheid in het leven is goed voor het welbevinden van de mens.’ En dat is precies wat wij dagelijks ervaren in ons huis Aan de Berg in Montfort in de gemeente Roerdalen in Limburg.
Inmiddels wonen wij alweer een halfjaar in een pand uit 1962, dat na de nodige aanpassingen prima voldoet, lees column Bouwmaterialen. Ons huis Aan de Berg biedt minder ruimte dan de huizen die wij voorheen bewoonden, en opruimen is nodig. Spullen wegdoen is moeilijk, althans voor ons. Aan alles kleeft een herinnering, en de alledaagse voorwerpen uit de schilderijen van BK moeten natuurlijk zo veel mogelijk bewaard blijven, vinden wij. Maar sinds wij de methode-Aarsman hebben ontdekt gaat opruimen een stuk beter. Methode-Aarsman? Hoe werkt dat dan?
Toen fotograaf Hans Aarsman ging verhuizen en rigoureus wilde opruimen, nam hij van alles wat hij wegdeed een foto. De foto’s van de afgedankte dingen waren onderdeel van een zoektocht. Hij draaide het om. ‘Niet: ik zie iets en ik fotografeer het. Maar: ik fotografeer en dan zie ik iets.’ Het gaat om de analyse van de foto, en het onderzoek naar wat erop staat. Hans Aarsman noemt zich nu fotodetective. Hij is geïnspireerd door Sherlock Holmes die volgens een vast patroon informatie analyseerde en vastlegde, lees hier het volledige interview.
Zo kwam Hans Aarsman erachter dat voormalig PvdA-minister van Onderwijs, Cultuur & Wetenschap Ronald Plasterk tijdens zijn ambtsperiode (2007-2010) van iedereen die hij ooit in zijn ministerskamer ontving een foto had gemaakt, maar niet van de koffiejuffrouw. De resultaten hing hij voor het raam, en in 2010 werden de 670 fotoportretten in de Kunsthal getoond tijdens de tentoonstelling Het ‘smoelenboek’ van Ronald Plasterk. Volgens detective Aarsman ontbrak de koffiejuffrouw. Dat was pienter opgemerkt. Was Plasterk haar vergeten?
De methode-Aarsman is nu ook de onze. Wat we weg doen wordt gefotografeerd en die berg vormt een nieuwe goudmijn. We winnen materiaal uit ons eigen afval en daar maken we verhalen van. Deze speurtocht leidt naar inzichten en ideeën die op ons in de eerste instantie vreemd overkomen, maar die de verbeelding voldoende tarten. Zo (her)zien we het oude en proberen we het nieuwe te doorgronden. Goed kijken is goed denken, zegt Hans Aarsman. Het is tijd voor de methode-Aarsman, want worden we niet omringd door dingen waar we nauwelijks oog voor hebben?
BK schilderde Emaille landschap in 1983. Het schilderij maakte mij bewust van de kunstmestparadox; voedselzekerheid versus verduurzaming van de landbouw. En het schilderij deed mij denken aan het roestige bord met de ingekerfde doodskop aan de rand van de beek tegenover ons huis. Het water lag er warmpjes bij/  maar het fabriekje had het koud/ dichtte Frank Koenengracht in zijn bundel ‘Lekker dood in eigen land’. Waarom het fabriekje het koud had zullen wij nooit weten. Zoals wij niet in iemands hoofd kunnen kijken, zo laat ook het fabriekje ons in raadselen achter.
‘De wereld van Frank Koenegracht is niet vrolijk, maar er valt gelukkig wel veel te lachen,’ zegt hij zelf. De werkelijkheid loopt er op een prettige manier uit de hand. Neem het dichtwerk ‘Vuilniszakken’. Het vrolijke van vuilniszakken/ wordt wel eens vergeten./ De vrolijkheid/ van de terugkeer./ De korte duur van koeien, zonneschermen/ en de liefde is onopvallend./ De vuilniszakken blijven. Hotels voor/ gisten zijn het, haltes voor de dingen/ op reis naar de tijd in de heuvels/ Maakt zo’n gedicht ons niet bewuster van afval dan alle peperdure schijncampagnes bij elkaar?
afb. schilderij Blikvanger BK, part. collectie schilderij Emaille landschap 170x110 Bert Kinderdijk BK, coll Gemeente Soest
afb. Schilderij ‘Blikvanger‘, 60 x 57 cm | Bert Kinderdijk, BK | particuliere collectie
afb. detail ‘Emaille landschap‘ 170 x 110 cm | Bert Kinderdijk, BK
| collectie Gemeente Soest
Horen zien en linken